Vakantie 2009

27 juli tot en met 12 augustus 2009

 

Op de camping in Saverne.

Na 2 nachten op een camping in Dillingen, Luxemburg, stond ik 4 nachten op de camping vlak bij Lembach. De camping is oud en het sanitair straalt dit uit maar wordt wel redelijk schoon gehouden.

Zwaluwnest op de wc.

De Elzas

Tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV werd de Elzas Frans gebied. Daarvoor behoorde het tot het Heilige Romeinse Rijk. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 kwamen de Elzas en de provincie Moselle in het departement Lotharingen, in Duitse handen. Na WO1 werd het gebied weer Frans en na de Duitse overwinning in 1940 weer Duits om in 1945 weer Frans te worden. Het gebied heeft dus altijd bij de winnaar gehoord.

Dit heen en weer geschuif tussen Frankrijk en Duitsland heeft nog steeds effect op de bewoners. De mensen zijn niet zo Frans als de Fransen in de rest van Frankrijk. Het overgrote deel van de bevolking is twee talig. Dit is ook makkelijk voor de touristen. Op veel plaatsen kan je zonder problemen Duits praten.

Eind juni 1940 ging een groot deel van de Franse krijgsmacht in Duitse krijgsgevangenschap. Er waren echter ook duizenden militairen uit de Elzas. Die mensen in krijgsgevangenenkampen stoppen was een beetje vreemd, het waren inmiddels immers Duitsers, dus werden ze naar huis gestuurd. De Wehrmacht heeft flink propaganda gevoerd om de Elzassers vrijwillig dienst te laten nemen maar dit leverde geen resultaat.
Met ingang van 25 augustus 1942 vielen de voormalige Fransen onder de Duitse dienstplicht. Onderduiken werd bestraft met het deporteren van de familie. Hetzelfde overkwam de bevolking van Luxemburg.

De Elzassers werden niet door de Wehrmacht opgeroepen maar rechtstreeks door de SS. Plaatsing bij de SS kon men voorkomen door zich vrijwillig te melden bij de Kriegsmarine of de Luftwaffe. Dit kon echter alleen voordat de oproep van de SS was ontvangen. Er is een postbode geweest die de brieven van de SS achter hield en de geadresseerden waarschuwde zodat zij zich vrijwillig konden melden bij de Luftwaffe of de Kriegsmarine. De brieven bezorgde de bode een dag later.
Het overgrote deel van de 130.000 dienstplichtigen kwam aan het Oostfront en van hen keerden er 40.000 niet terug. Gesneuveld, vermist of bezweken in het Russische kamp 188 bij Tambow, ruim 400 kilometer zuidoost van Moskou. De laatste overlevende kwam pas in 1955 terug.

 

Fort de Mutzig

Het verdedigingswerk ligt bij het plaatsje Mutzig, de officiele naam is echter “Die Feste Kaiser Wilhelm II”. De Elzas was na de oorlog van 1870-1871 Duits gebied geworden maar de hoofdsteden van de noordelijke en zuidelijke Elzas, Metz en Straatsburg waren onverdedigd. Deze twee steden kregen elk een ring van verdedigingswerken. In 1893 besloot keizer Wilhelm II tot de bouw van het fort bij Mutzig als onderdeel van de verdediging van Straatsburg. De Duitsers stopten in 1916 met het uitbouwen van de vesting maar na WO1 hebben de Fransen nog enige jaren verder gebouwd.

In september 1914 rukte het Franse leger op naar Straatsburg. De Duitsers trokken terug en het geschut van de vesting nam de Fransen onder vuur waarop zíj zich terug trokken. Jaren werk en heel veel geld was geïnvesteerd voor 1 dag vechten. Dit was echter geen weggegooid geld. De vesting had immers gedaan waarvoor deze was ontworpen; het tegenhouden van de vijand.

Maxim machinegeweer.

5 cm. kanon.

Hier dus.

Tekening van de dieselmotoren voor de electriciteitsvoorziening.

Maximaal 240 omwentelingen per uur.

Regelkast.

Loopgraaf.

Loopgraaf.

Observatiekoepel.

Vogezen. De voormalige grens tussen Duitsland en Frankrijk.

10 centimeter geschut.

 

De Maginot Linie

Overzicht van de linie.

Vrijwel meteen na het einde van WO1 werd er in Frankrijk al gesproken over een sterke verdedigingslinie. Het verdrag van Versailles bood te weinig garanties voor de veiligheid van het land. In 1928 vond minister van oorlog André Maginot dat die linie er nu maar eens moest komen. Vanaf 1930 werden tientallen forten en honderden kazematten gebouwd. De linie bevond zich niet alleen aan de Frans-Duitse grens maar ook aan die met België en Italië en op het eiland Corsica. Het was een echte verdedigingslinie. De forten lagen 10 kilometer van de grens en de maximale dracht van het geschut was 9600 meter. Vóór de forten (in de richting van de grens) werden posten voor (artillerie)waarnemers, kazematten en  tankversperringen gebouwd. Er achter troepenschuilplaatsen, opslagplaatsen en kazernes.

De nieuwe forten in de noordelijke Elzas waren de modernste van hun tijd. Vrijwel alles werkte op electriciteit. De keuken, luchtreiniging, en de bediening van het geschut bijvoorbeeld. De complexen konden onder 0,3 BAR overduk gezet worden. Dit om kruitdampen af te voeren en gifgas buiten te houden.

Alle artillerieforten hebben dezelfde indeling en hoofdbewapening. Een personeelsverblijf, electriciteitcentrale en geschutbatterij, verbonden door tunnels. De bouw van de forten verschilt omdat elk fort aan het plaatslijke terrein werd aangepast. Drie heftorens met tweeling 75 mm snelvuur geschut en drie heftorens met tweeling 81 mm mortieren vormen de hoofdbewapening. Alle torens kunnen 360 graden draaien. Verder koepels voor machinegeweren en de ingangen voor munitie en personeel waren beveiligd met schietgaten voor machinegeweren en anti-tank geschut.

Afbeelding afkomstig van www.strijdbewijs.nl

Afbeelding afkomstig van www.strijdbewijs.nl

Het motto van de linie was “On ne passe pas!” 'Je komt er niet door!' De forten hebben in 1940 inderdaad stand gehouden. Het Duitse leger had een doorbraak geforceerd bij Sedan en trok om het sterkste deel van de linie heen.

De Duitse opmars in 1940.

Ik heb twee forten bezocht: Fort Schoenenbourg en Four à Chaux bij Lembach. De vestingwerken hebben allemaal een naam die refereert aan de omgeving. Schoenenbourg ligt in de buurt van het gelijknamige plaatsje en Four à Chaux (kalkoven in het Nederlands) heeft deze naam omdat in het verleden op die plaats een kalkoven was gevestigd en de naam in de streek was blijven hangen.

M41 Walker Bulldog (met de toren wijzend naar de achterzijde) bij Four à Chaux.

Munitie ingang. Four à Chaux.

Munitie ingang. Schoenenbourg.

Nep schietgaten. Schoenenbourg.

Luchtfilters om gifgas te verweideren. Four à Chaux.

Handgranaat uitwerp mechanisme. Schoenenbourg.

Handgranaat uitwerp mechanisme. Four à Chaux.

Affuit voor tweeling machinegeweer. Four à Chaux.

Tweeling machinegeweer. De machinegeweren kunnen vervangen worden door een anti-tank kanon. Schoenenbourg.

47 mm anti-tank kanon. Schoenenbourg.

Munitittrommel voor machinegeweer in het vulmachanisme. Vanwege de vorm worden de trommels 'camembert' genoemd. Schoenenbourg.

Manschappen slaapruimte. Four à Chaux.

Oven met braadslee in de manschappen keuken. Schoenenbourg.

Officieren en onderofficieren hadden hun eigen mess. Manschappen aten aan dit soort klaptafeltjes in de gangen. Four à Chaux.

Idem. Schoenenbourg.

Operatiekamer. Four à Chaux.

Kapel. Schoenenbourg.

Dieselmotor voor electriciteitsvoorziening. Elk fort had vier zulke motoren als noodstroom inrichting. Four à Chaux.

Generator. Four à Chaux.

Gereedschap voor het geschut. Four à Chaux.

Draaibank in de werkplaats. Schoenenbourg.

Gereedschap. Schoenenbourg.

Communicatieapparatuur tussen gevechtsleiding en geschutstorens.

Four à Chaux.

Munitiekratten. Four à Chaux.

Idem. Schoenenbourg.

Binnenzijde van geschutskoepel. Four à Chaux.

Lege huls in de glijbaan. Four à Chaux.

Einde van de hulzenglijbaan. Schoenenbourg.

 

Casematte Esch

De koepels, spoorrails als tankversperring en prikkeldraad tonen de gebruikelijke hindernissen van de Maginot linie. Ik weet niet wat in 1940 bij de kazemat hoorde, de dag dat ik er was was de boel gesloten. De Sherman hoort in ieder geval niet bij de originele verdediging.

 

Plan Incliné

Het Plan Incliné is een scheepslift in het Marne-Rijn kanaal bij Saint-Louis / Arzviller. De lift overbrugt een hoogteverschil van 44,55 meter en vervangt 17 sluizen.

Machinekamer.

Na het bezoek was ik de achterkant van de softtop aan het oprollen toen ik aangesproken werd door een fransoos. Ik had hem al zien kijken. Hij is bezig een Lightweight te restaureren maar kon nergen een electrisch schema vinden. Laat ik die nou hebben. Toen ik beloofde het op te sturen begon hij bijna te huilen.

 

Musee de l´Abri, Hatten

Het museum is gevestigd in en rond een van de troepen schuilplaatsen van de Maginot Linie. Het ligt aan de rand van het plaatsje Hatten. Tijdens het Duitse offensief in de Elzas, Operation Nordwind, januari 1945, verbleef de bevolking van Hatten in de schuilplaats. Buiten staat vrij veel materieel ten tijde van de koude oorlog opgesteld.

Hetzer.

75 mm anti/tank geschut, 88 mm luchtdoelgeschut op de achtergrond.

Kettenrad.

T34.

Reo.

 

Koepels voor bovenstaande.

Zwitserse PZ 68 tanks.

Zwitsers 105 mm geschut.

Bediening van de richtkijker.

Yak 27.

Mirage IIIB.

MiG 21.

 

Verdun

Nog niet eens zo gek lang geleden dat ik er geweest ben (2002). Vier nachten op de camping. De Deense buurman die op dag 2 aankwam had zo'n beetje dezelfde interesses. 's Avonds hebben we dus ervaringen uitgewisseld.

Het graf van luitenant-kolonel Driant.

Omdat zijn troepen, 56ste en 59ste batallion Jagers, de Duitsers 36 uur hebben tegen kunnen houden kreeg Verdun tijd om versterkingen aan te voeren waardoor het Duitse offensief al vrijwel meteen vast liep.

Het offensief was niet gericht op het laten 'leegbloeden' van het Franse leger zoals Falkenhayn later beweerde maar om in één klap de weg naar Parijs open te leggen. De strategie van het leegbloeden heeft Falkenhayn na de oorlog verzonnen om het falen van het plan te verbergen.

L' Ossuaire de Douaumont. De resten van 130.000 mensen liggen in de kelders. Er voor 15.000 graven.

Hefkoepel voor 15 cm. geschut. Fort Douaumont.

Observatiekoepel links en koepel voor machinegeweer. Fort Douaumont.

Tweeling 75 mm geschut in heftoren. Fort Douaumont.

Tijdens WO2 was het Fort Douaumont kamp voor Duitse krijgsgevangenen. Eén van hen heeft is een steen in het fort het gezicht van Jezus 'uitgehakt' met er naast de tekst "Es ist volbracht'.

Op de camping kreeg ik beestenbezoek. Ik was na een buitje de tent een beetje aan het opruimen toen ik opeens iets zag kronkelen. Snel de camera gepakt maar helaas is de foto wat onscherp.

Een slangetje. Iets dikker dan een potloot en ik schat ruim een potloot lang. Ter vergelijk de gesp van een plunjezak.

De slang heeft een gele band achter de kop in de vorm van een omgekeerde V. Geen idee wat het is.

Twee avonden kreeg ik bezoek van deze rooie rakker.

Niet bang voor mensen of flitslicht. Gaat elke avond alle tenten en caravans langs op zoek naar voedsel. Dit beest heeft weinig natuurlijk gedrag meer.

Bij het monument boven op de heuvel Mort Homme zag ik ook een vos. Zodra deze mij in de gaten kreeg ging hij er vandoor.

Op weg naar de Kaisertunnel ten zuid-westen van Varennes-en-Argonne zag ik een militair voertuig. Gestopt en even kijken, nieuwsgierig als ik ben. Een Chevrolet pickup, dubbel lucht achter met een radiobak. TV antenne boven de radiohut uit. Even later kwam een ouder Frans echtpaar aanlopen. Hij had de radiobak omgebouwd tot eenvoudige camper. Verder kreeg ik uitgebereid uitleg over de verwarming en de ventilatie. Ze waren ook erg geïnteresseerd in mijn LaRo. Ik vertelde dat ik op weg was naar de Kaisertunnel. Volgens hen is Vauquois veel interessanter. Wegenkaart er bij en het was allemaal in de buurt. De kaisertunnel ging pas om 2 uur open en het was half twaalf. Door naar Vauquais. Een paar kilometer verder stond een bordje "Abri Kronprinz". Daar dus ook maar even heen. Een pad met steenslag de heuvel op. Een Mercedes stond net stil en een ouder echtpaar en een manneke van een jaar of 7 stapten uit. De chauffeur komt meteen naar me toe. Auto kijken, wilde alles weten. Moeders bleef bij de auto en hij en de kleine jongen liepen richting de schuilplaats. Het was nogal modderig en ik vroeg of ze misschien mee wilden rijden. Ik had geen idee hoe ver het was. Vrijloopnaven gelockt en in 2-laag door de modder. Ging prima. Het was nog geen 150 meter... In de schuilplaats vertel ik van de Kaisertunnel. Of ik de "Batallionstunnel" al gezien had. Ik had er niet eens van gehoord. Hij had de sleutel. Bleek dat het echtpaar lid is van de vereniging welke, onder andere, onderzoek doet naar  de gebeurtenissen tijdens WO1 in Argonne. Ze waren op pad met hun kleinzoon en hoopten dat hij ooit onderzoek zou gaan doen. Terug naar het pad en achter de Mercedes aan naar de tunnel.

De Bataillonstunnel en de Kaisertunnel waren gegraven om mijnen onder de vijandelijke loopgraven te kunnen plaatsen. Zowel de Duitsers als de Fransen deden dit maar ook de Britten in de buurt van Ieper en aan de Somme.

De ingang is niet de originele, deze is na WO1 opgeblazen. Oorspronkelijk waren de muren bekleed met houd. De betonplaten hebben dezelfde afmetingen als de houten bekleding uit het verleden.

Draadtangen en munitie.

De tunnel is niet open voor het publiek, hij wordt nog open gelegd. Er is geen licht, het is modderig en glad en de tunnel is erg laag met vrij stijle doorgangen. Ik was blij dat ik een helm op kreeg want ik heb mijn hoofd een paar keer gestoten.

Na de privé rondleiding heb ik de man hartelijk bedankt. Zij vertelden ook nog eens dat Vauquais veel interessanter is dan de Kaisertunnel.

Op de parkeerplaats bij de ´Butte de Vauquais´ heb ik de radio goed vast gezet. Terwijl ik met de Fransen stond te praten was mij opgevallen dat de voorste pootjes uit de voetjes waren. Toen ik dit deed zag ik ook dat de singel om het reservewiel slap hing. Meteen even strak getrokken. Right! Ik trok het deel met de haak in twee stukken. Ik werd er flink sjachrijnig van. Toch nog bij de ontmijningen wezen kijken.

Kraters van mijnontploffingen.

Op de voorgrond de begroeide krater die achter gebleven is na de ontploffing van 60 ton springstof. Ruim 100 Fransen vonden hierbij de dood.

Het reservewiel ging achter in de auto en het restant van de singel heb ik om de middensteun gewonden en vast gezet. Met pakriempjes zou ik de boel kunnen repareren maar dar had ik er slechts 1 van bij me. Wat een pakriem kan doet een broekriem ook en daar had ik er 2 van.

Een echte ´bushreparatie´. Gebruik tijdelijk de dingen die je hebt, volledig herstel komt later.

 

De Ardennen

Op de weg terug naar huis nog een paar dagen in België vertoefd. Vanaf een camping bij La Roche en Ardenne is het niet te ver rijden naar Bastogne en daar in de buurt lopen op een boerderij beesten die ik nog nooit gezien heb.

Een bizon blijft een rund en kijkt ook heel erg dom.

De kudde.

In La Roche en Ardenne is een museum betreffende het Ardennenoffensief (december 1944). Voor de deur stond een amfibische Jeep. Het is een Ford GPA. Gebaseerd op de GPW.